“Voer tot nadenken” – Veiligheidsrisico’s in diervoederketens
In opdracht van de Nederlandse Tweede Kamer is er een rapport geschreven door een onderzoeksbureau over de structuur van de diervoederketen en de mogelijke veiligheidsrisico’s in de keten. Hier volgt een korte samenvatting van de uitkomsten en de conclusies van het onderzoek.
Achtergronden onderzoek
Naar aanleiding van diverse incidenten met diervoeders zijn door een werkgroep diverse acties genomen. We herinneren ons allemaal wellicht de problemen met o.a. MPA, dioxine in broodmeel en citruspulp, nitrofen en dioxine in vetten.
Concreet zijn er een aantal vragen geformuleerd, o.a.:
- Welke verantwoordelijkheid hebben de grondstofleveranciers, de diervoederproducenten en de afnemers van diervoeder in de diervoederketen?
- Welke verantwoordelijkheid heeft de overheid in de diervoederketen?
- Welke grondstofstromen zijn te onderscheiden?
- Wie is verantwoordelijk voor de kwaliteitswaarborging van de verschillende grondstoffen?
- Op welke wijze wordt de naleving van de regelgeving vorm gegeven en wat is hierbij de rol van het voorzorgprincipe?
- Welke knelpunten en voedselveiligheidsrisico’s zijn zichtbaar?
- Is de huidige controlesystematiek, inclusief het Good Manufacturing Practice (GMP), toereikend?
Diervoeders: samenstelling, herkomst en gebruik
De samenstelling van diervoeders is zeer divers. Zo kan diervoeder bestaan uit een groot aantal enkelvoudige bestanddelen (incl. de bijproducten hiervan) als bijvoorbeeld granen, knollen, wortels en voedergewassen. Vaak worden deze enkelvoudige bestanddelen gemengd, eventueel toegevoegd met supplementen e/o premixen om op deze manier bepaalde productkenmerken te realiseren.
De kosten van voedermiddelen vormen een groot component van de totale kosten voor zowel de diervoederproducent als de veehouder. Ter illustratie: de voederkosten bedragen gemiddeld zo’n 40 a 50% van de totale kosten voor de veehouder. Voor de diervoederproducenten bedragen de kosten van de voedermiddelen zo’n 80 a 90% van het totaal. Het belangrijkste aandachtspunt bij de productie van diervoeders is daarom het minimaliseren van de kosten en het optimaliseren van de voerconversie.
De risicofactoren van mengvoeder zitten vooral in de origine van grondstoffen. De herkomst van de verwerkte grondstoffen in Nederland is zeer verspreid: 25% komt uit Nederland, 25% uit een andere lidstaat van de EU en 50% van buiten de EU. De herkomst en de productieomstandigheden zijn vaak moeilijk te herleiden door de vele tussenschakels (tracking & tracing!). Omdat mengvoeder uit veel componenten bestaat, is voor een groot aantal voedermiddelen kennis nodig over de mogelijke risico’s.
Diervoederketen
In het onderzoek is de diervoederketen onderverdeeld in drie schakels: de toeleveranciers, de diervoederproducenten en de veehouderijen.
Bedrijven actief op het gebied van productie zijn relatief eenvoudig in kaart te brengen. In totaal functioneren er in de branche circa 200 bedrijven waarvan 10 zeer grote (deze nemen 90% van de productie voor hun rekening) en een groot aantal kleine bedrijven. De kennis en kunde bij diervoederbedrijven wisselt. Het ontbreekt sommige bedrijven bovendien aan de kennis en middelen om (zelf) risicoanalyses uit te kunnen voeren. Voor een deel wordt dit probleem ondervangen doordat deze ondernemers vaak wel op een jarenlange ervaring kunnen bouwen en hierdoor inzicht hebben in de potentiële gevaren.
De diverse primaire sectoren zijn minder eenvoudig in kaart te brengen. Veehouders zijn voor wat betreft de kennis van wet- en regelgeving op het gebied van diervoeder sterk afhankelijk van de diervoederleverancier waarmee ze vaak een lange relatie hebben. Gezien de complexe samenstelling van het voeder is het voor de meeste veehouders ondoenlijk inzicht te krijgen in hetgeen men aan het vee vervoedert. Ook de etikettering biedt weinig houvast. In feite is de enige eis die doorgaans aan het voer wordt gesteld dat de leverancier over een GMP-erkenning beschikt.
Door de zeer levendige internationale handel in grondstoffen (met name veel tussenhandelaren) en de vele mengpunten is het lastig goed zicht te houden op de herkomst ervan. In dit verband wordt ook wel gesproken van een ‘spaghettistructuur’.
Regelgeving en kwaliteitssystemen
De wet- en regelgeving op het gebied van diervoeders is voornamelijk Europees. Het PDV zet de Europese richtlijnen om in Nederlandse verordeningen. Momenteel leeft er overigens discussie over de etiketteringrichtlijn.
In de diervoedersector werkt men sinds 1992 met de regeling GMP. Deze is toegespitst op productiebedrijven, maar ook van toepassing op het transport, opslag en handel van diervoeder. In 1999 is de HACCP systematiek geïntegreerd in de GMP regeling. Bedrijven met een GMP+ erkenning voldoen derhalve aan de wet- en regelgeving. Sinds 2005 hebben bedrijven ook de verplichting om aan de tracking en tracing wetgeving te voldoen. Automatisering speelt hierbij een belangrijke rol, ondanks dat veel (kleine) bedrijven nog op de ouderwetse manier werken.
Risico’s in de diervoederketen: hoe groot zijn ze?
Het rapport sluit af met de beschrijving van een groot aantal risicofactoren die zijn te herleiden tot de complexiteit van het product diervoeder, de intransparantie van de markt, de economische situatie in de gehele dierlijke sector en de borging van wetten en kwaliteitssystemen.
Los van de moeilijkheid de risico’s kwantitatief te duiden is men van mening dat de voedselveiligheid niet direct onder druk staat. Ook worden met behulp van het als positief beoordeelde GMP systeem veel risico’s ondervangen en is de afgelopen jaren zeker sprake geweest van ene professionaliseringsslag. Tenslotte functioneert aan het einde van de productieketens nog een waarborg, de slachterijen en zuivelproducenten.
Aanbevelingen en conclusies
Men is van mening dat de voedselveiligheid in behoorlijke mate geborgd is en niet zonder meer onder druk staat. Dit neemt niet weg dat er diverse aandachtspunten zijn voor verdere verbetering. De onderstaande aanbevelingen heeft men geformuleerd:
- Intensiveer de handhaving
- Vergroot de professionaliteit van de diervoederbranche
- Verbeter de mentaliteit van de branche
- Versterk de borging van het GMP systeem
- Beperk de gevolgen van incidenten
- Overweeg een ander regime voor de toepassing van incidentele reststromen
- Bezie nogmaals de ‘voors en tegens’ van een positieve lijst.
U kunt het volledige rapport lezen via:
http://www.tweedekamer.nl/images/Definitief%20rapport%20in%20pdf.3_tcm71-24768.pdf
Bron: Research voor Beleid – Q-Point BV i.o. van de Tweede Kamer (september 2003)
Author:
Bea Van Deynse
Updated: 03.08.2005 10:55